28-april-2017 | Door: Gerhard Kwak

Bakkerstaal - F

Het bakkersvak kent tal van specifieke benamingen voor de verschillende werkzaamheden. Op deze pagina laat Versinspiratie je kennis maken met een aantal van deze begrippen.

Fenylethylamine

Stof in chocolade die een gelukzalig gevoel opwekt.

Fermenteren

Broeiproces dat wordt verkregen door een hoge temperatuur en een hoge vochtigheid, dat een reactie veroorzaakt waardoor bijvoorbeeld bij cacaobonen of koffiebonen hun zure geur en bittere smaak verliezen en een donkere kleur krijgen.

Foto: Gastronomixs.blogspot

Feuilleteren

Bladerende werking van producten van getoerde degen tijdens het bakken.

Ficule

Aardappelmeel gewonnen uit aardappels.

Foto: Van Beekum specerijen.

Finger food

Kleine een haps patisserie voor tussendoor (thee of koffie).

Foto: bakkerij Soeteman

Flamber

Boven een vlam houden, afbranden.

Flamberen

Product overgieten met likeur en aansteken voor vlammen te verkrijgen en smaakoverdracht.

Fleuron

Half maantje van bladerdeeg die meestal worden gebruikt als garnering. De smaak is neutraal.

Foto: Kookslaaf

Fonceren

Bekleden van vormen met deeg.

Fond

Bodem van een vorm, onderlaag van deeg.

Foto: De Gouden Deeg Roel. blogspot

Foureren

Het bestrijken en/of vullen van gebak.

Frangipane

Een halffabricaat waarvoor amandelspijs de basis is.

Frapperen

Het koelen van glazen of schalen met behulp van ijs.

Friandises

Kleine, meestal zoete hapjes die bij de koffie of thee geserveerd worden.

Fructose

Fructose of vruchtensuiker, is een enkelvoudige suiker. Fructose komt onder andere voor in zoete vruchten. Fructose wordt veel gebruikt als zoetstof. Het is 2,5 maal zo zoet als glucose en circa 1,7 keer zo zoet als sacharose. Het kan niet als vervanger van gewone suiker worden gebruikt in producten voor diabetici.

Fruits rouges

Veel gebruikte Franse term voor rode vruchten.

Terug naar boven