Aantal landbouwbedrijven gehalveerd sinds 2000
De landbouwsector zoals wij hem kennen veranderd. Terwijl de economische basis solide blijft, verandert het landschap eromheen in hoog tempo. Dat merken boeren, maar zeker ook bedrijven in de voedingsindustrie die afhankelijk zijn van een stabiele keten.
Minder bedrijven, grotere spelers
Met 77 miljard euro aan toegevoegde waarde blijft de sector een zwaargewicht. De export groeit zelfs met 4,8%. Maar ondertussen verdwijnen bedrijven in een gestaag tempo. Sinds 2010 is bijna een derde weggevallen; vergeleken met 2000 zelfs de helft. Alleen al tussen 2023 en 2024 stopten 700 land- en tuinbouwbedrijven. Dat is 1,4%, waardoor er nog 49.900 overblijven.
Vooral melkveehouders en intensieve veehouderijbedrijven met varkens, pluimvee en vleeskalveren stoppen. Soms door natuurlijk verloop, soms door strengere milieuregels. En ja, vrijwillige beëindigingsregelingen spelen daar ook in mee.
Groei aan de bovenkant
Het is niet alleen verlies. Aan de bovenkant groeit de sector juist door. In 2024 viel 17% van de bedrijven in de categorie ‘klein’ en 27% in ‘groot’. Ter vergelijking: in 2010 was dat nog respectievelijk 30% en 17%. De grootste bedrijven zijn inmiddels goed voor 62% van de totale toegevoegde waarde van het agrocomplex.
En dat blijft niet onopgemerkt. “De cijfers laten zien dat de Nederlandse landbouw zich blijft aanpassen aan veranderende omstandigheden,” zegt Allard Jellema van Wageningen Social & Economic Research. “We zien een verdere schaalvergroting, maar ook een toenemende aandacht voor duurzaamheid en innovatie.”
Cijfers die de sector raken
Wie de Staat van de Landbouw, Visserij, Voedsel en Natuur 2025 doorneemt, ziet hoe breed de beweging is. Het agrocomplex levert 7,5% van alle Nederlandse banen. Eind 2023 stond er gemiddeld 4,4 miljoen euro op de balans van een bedrijf. De veestapel krimpt verder: minder runderen, varkens en kippen. Een kwart van de investeringen is inmiddels duurzaam. En een bijzondere ontdekking: er zijn minder biologische bedrijven, maar er is wél meer biologisch areaal.
Daarnaast zoekt 37% van de bedrijven extra inkomsten via natuurbeheer, boerderijverkoop of zorglandbouw. De visserijvloot wordt kleiner (578 naar 502 schepen). Supermarkten verkopen 61% van al het voedsel en consumenten gaven 14,3 miljard euro uit aan producten met een duurzaamheidskeurmerk.