EU-discussie over 'vleesnamen' onlogisch en tegendraads
De Europese Unie staat midden in een woordenstrijd over plantaardige producten. Het Europees Parlement stemde begin oktober voor een beperking op het gebruik van termen als ‘burger’, ‘worst’ en ‘schnitzel’ voor vegetarische alternatieven. Een besluit dat volgens tegenstanders weinig te maken heeft met duidelijkheid, maar alles met politiek en belangen.
Volgens de nieuwe, strengere definitie van het Europees Parlement is vlees enkel nog ‘het eetbare deel van dieren’. Dat betekent dat producenten van vleesvervangers hun producten niet langer ‘burger’ of ‘worst’ mogen noemen. Het voorstel komt uit de koker van het Franse Europarlementslid Céline Imart. Zij noemt het een kwestie van duidelijkheid én respect. “Ik wil niet dat vleesvervangers profiteren van vleesaanduidingen. Dit is een strijd voor transparantie, voor respect voor de boeren en voor onze voedselsoevereiniteit,” zegt ze.
‘Iedereen begrijpt dat een veggie burger geen vlees bevat’
Niet iedereen deelt deze mening. De Vegetariërsbond vindt het voorstel onlogisch en een stap terug voor verduurzaming. “Iedereen begrijpt dat een veggie burger geen vlees bevat,” zegt directeur Floris de Graad. “Dit soort verboden zijn een rem op verduurzaming, terwijl we juist helderheid en vrijheid van taal nodig hebben.” Uit onderzoek van de Europese Consumentenorganisatie (BEUC) blijkt bovendien dat bijna 80 procent van de consumenten geen probleem heeft met termen als ‘plantaardige burger’, zolang duidelijk is dat het om een vleesvrij product gaat.
Ook ProVeg Nederland is kritisch. Volgens hen beschermt het voorstel vooral gevestigde belangen. “Je maakt voedsel niet veiliger of gezonder door woorden te verbieden,” schrijven Hidde Boersma en Joey Cramer namens de organisatie. Ze vrezen dat het verbod bedrijven op kosten jaagt, consumenten in verwarring brengt en de eiwittransitie vertraagt.
Een woordenstrijd met grotere gevolgen
Bestuurskundige Jeroen Candel (Wageningen Universiteit) noemt het “vooral symbolisch”. Volgens hem is de discussie vooral een afleidingsmanoeuvre. “Terwijl de schijnwerpers gericht zijn op veggieburgers, worden cruciale beslissingen over het klimaat en de hervorming van de landbouw stilletjes teruggedraaid,” zegt hij.
Het voorstel ligt nu bij de landbouwministers en de Europese Commissie, die er nog over moeten besluiten. Ondertussen groeit het verzet, van producenten tot consumenten, tegen wat velen zien als een overbodige woordenstrijd in plaats van beleid dat echt bijdraagt aan de toekomst van ons voedselsysteem.