NVWA: 'plantaardig gehakt' mag niet meer
De NVWA heeft producenten van vleesvervangers op de vingers getikt. Op de verpakking mag het woord ‘gehakt’ niet meer staan als het om een vegetarisch of plantaardig product gaat. Een opmerkelijke stap, want die benaming is al jaren ingeburgerd in de supermarkt.
‘Gehakt’ alleen voor vlees
Volgens de NVWA is ‘gehakt’ een gereserveerde term. In het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten staat precies omschreven wanneer een product zo genoemd mag worden. En dat geldt dus alleen voor producten van dierlijke oorsprong.
Tijdens een controleproject naar additieven en etikettering van vlees- en visvervangers stuitte de toezichthouder toevallig op overtredingen. Het project draaide daar eigenlijk niet om, maar volgens de NVWA konden de inspecteurs het niet laten liggen. “Controleren en handhaven op de benaming ‘vegetarisch gehakt’ heeft geen hoge prioriteit,” zegt de autoriteit. “Maar nu we tijdens het project tegen overtredingen aan zijn gelopen, kunnen we die niet negeren.”
Verrassing bij producenten
De waarschuwingen kwamen als een verrassing voor producenten die de naam al vijftien jaar gebruiken. Bedrijven als De Vegetarische Slager en Vivera verwijzen erop dat de wet uit 1998 stamt, een tijd waarin plantaardige alternatieven nauwelijks bestonden.
Zij vinden dat de regels bedoeld zijn om de voedselveiligheid van vlees te waarborgen, niet om vleesvervangers te beperken. “De term ‘plantaardig gehakt’ is voor consumenten helder en ingeburgerd,” zegt Rutger Rozendaal, directeur van De Vegetarische Slager. “Onderzoek laat zien dat consumenten goed begrijpen dat het om een vegetarisch of vegan product gaat.”
Lage prioriteit, grote gevolgen
De NVWA benadrukt dat de naamgeving geen speerpunt is in de handhaving, maar dat de wet nu eenmaal geldt. Termen als ‘burger’, ‘worst’ en ‘schnitzel’ blijven wél toegestaan, zolang duidelijk is dat het om vegetarische of veganistische varianten gaat.
In de sector groeit ondertussen de wens om met de NVWA en beleidsmakers in gesprek te gaan. Bedrijven willen heldere, moderne richtlijnen die beter passen bij de huidige markt voor plantaardige eiwitalternatieven, een markt die alleen maar blijft groeien.