Zoutinname Nederlanders structureel te hoog
Veel Nederlanders denken dat hun zoutinname binnen de perken blijft. Nieuw onderzoek van de Nierstichting laat een ander beeld zien. De dagelijkse consumptie ligt in de praktijk structureel boven de aanbevolen norm. Tegelijk blijkt dat het besef hierover beperkt is. Vooral de eigen inname wordt vaak te positief ingeschat, terwijl de cijfers anders uitwijzen.
Grote kloof tussen beeld en werkelijkheid
Uit onderzoek van MarketResponse blijkt dat 70 procent denkt dat de gemiddelde Nederlander te veel zout eet. Over de eigen inname zijn mensen opvallend positiever. Slechts 18 procent denkt zelf boven de norm van 6 gram per dag te zitten.
Meer dan de helft van de ondervraagde 45-plussers gaat ervan uit rond die norm te blijven. In werkelijkheid ligt de zoutinname bij de meeste Nederlanders daarboven. Het onderzoek laat zien dat inzicht in de eigen consumptie vaak ontbreekt.
Zout zit vooral in bewerkte producten
De meeste zoutinname komt niet uit het zoutvaatje. Maar liefst 84 procent is afkomstig uit bewerkte producten. Het gaat onder meer om vleeswaren, kaas, sauzen, soepen, vleesvervangers en kant-en-klare maaltijden.
Volgens de Nierstichting eten Nederlanders ongemerkt te veel zout. Daarom start de campagne ‘Je ziet ’t niet, je eet ’t wel’. Ook is de Zoutmeter ontwikkeld, die inzicht geeft in de dagelijkse inname.
Structureel hoge inname
De cijfers laten een structureel hoge zoutconsumptie zien. De helft van de vrouwen krijgt dagelijks meer dan 8 gram binnen. Bij mannen ligt dat boven de 11 gram per dag. Op jaarbasis komt dit neer op ruim een kilo te veel zout.
Te veel zout verhoogt het risico op nierschade. In Nederland leven ruim 1,8 miljoen mensen met nierschade. Jaarlijks komen daar ongeveer 130.000 nieuwe gevallen bij. Daarnaast neemt ook het risico op hart- en vaatziekten toe.