Bio-importeurs worstelen met strengere eisen
Strakkere regels, meer papierwerk en minder speelruimte. Vanaf maart verandert het importproces van biologische producten in Nederland flink. En dat zorgt voor hoofdbrekens bij importeurs en dienstverleners in de voedingsketen, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Regels knellen, begrip is er weinig
Bijna iedereen is over het algemeen best tevreden met hoe het nu loopt. Toch klinkt er onrust over wat er komt. Want hoewel de meeste bedrijven hun processen prima op orde hebben, zijn de nieuwe eisen, zoals het volledig invullen van het COI in TRACES, voor velen lastig te rijmen met de praktijk.
Soms is er simpelweg nog geen informatie beschikbaar. Toch moet je vakken als ETA en eerst geadresseerde straks vooraf al invullen. Later aanpassen? Dat mag niet meer. “Dan hebben we straks tientallen openstaande COI’s die we de hele dag moeten aanpassen en bijhouden, dat is niet te doen.”
Waarom deze veranderingen precies nodig zijn? Dat is voor veel ondernemers onduidelijk. Sterker nog, er leeft het gevoel dat Nederland strenger is dan de rest. “Bij ons is het het strengst, want in België hoeft dit niet.”
Snelheid, ruimte en bereikbaarheid
Tijd is geld, zeker bij verse producten. Eén fout of vertraging kan al zorgen voor kwaliteitsverlies, of zelfs voor afwaardering van een bio-zending naar gangbaar. En dan ben je dus gewoon omzet kwijt.
Importeurs willen ruimte om kleine fouten te kunnen herstellen. En zélf kunnen bepalen wanneer een COI wordt goedgekeurd. “Aftekenen is bij ons iets anders dan direct na de inklaring. Wij doen dat pas als alles klopt.”
Onduidelijkheid tussen instanties
Wie straks precies waarvoor verantwoordelijk is, Douane of Skal, is lang niet altijd duidelijk. Die onduidelijkheid frustreert. Net als de bereikbaarheid van beide instanties, vooral buiten kantooruren.
Want op dat ene moment dat je iemand echt nodig hebt, moet je gewoon snel geholpen worden. Punt.