28-maart-2016 | Door: Gerhard Kwak
Geschiedenis van de vakopleiding

Geschiedenis van de vakopleiding

In eerste instantie leerde een jonge vent het slagersvak van vader op zoon of van patroon tot knecht. Vanaf 1900 veranderde dat. Het vakonderwijs deed zijn intrede. Op deze pagina geeft 'Versinspiratie' een sterk vereenvoudigd beeld van de ontwikkelingen. 

De gebruikte foto's zijn o.a. afkomstig van de KNS en het SVO. Helaas ontbreken op de foto's vrijwel altijd de namen. Alleen het jaartal werd vermeld. Deze pagina kwam tot stand met behulp van Klaas Faber (directeur SVO van 1998-2001) en vakleraar Gerard Marlet.  

De eerste lessen
In het begin van de vorige eeuw werd de jonge slager gewoon in de praktijk opgeleid. Een jonge kerel kwam vaak bij een slager in dienst en mocht in eerste instantie vrijwel niets anders doen dan de 'troep' opruimen en de bestellingen naar de gegoede klanten uitventen. In de praktijk betekende het dat ze alle mogelijk karweitjes, niet de meest schone, verrichtten en dat ze door weer en wind fietsten op de transportfiets met de rieten mand om de bestellingen weg te brengen. Het was een harde leerschool met vrijwel alleen praktijk en geen theorie en alleen de allerbeste leerlingen schopten het tot gezel en uiteindelijk tot patroon. Voor de Eerste Wereldoorlog waren er al pogingen om het slagersvakonderwijs op poten te zetten, maar die liepen op niets uit.

Het ontstaan van de moderne slagerij.

1914- 1918 - eenheidsworst

In die tijd was men niet zo bezig met het slagersvakonderwijs. Men was bezig met overleven. Door de heersende economische crisis was veel van het voedsel alleen maar op de bon verkrijgbaar. Zo had de regering zelfs de zogenaamde 'eenheidsworst' geïntroduceerd. De prijs daarvan bedroeg 11 cent per ons (100 gram). De worst bestond voor maar 10% uit varkensvlees vanwege het bijzonder schaarse aanbod, 90 % bestond uit rundvlees dat toch werd geslacht vanwege het zorgelijke schaarse aanbod van voer. De termen rund en varkens moet je breed zien. Bijna alles wat van de slachtdieren af kwam kon namelijk gebruikt worden. Ook onderdelen die we tegenwoordig als 'afval' bestempelen. Het recept was inclusief water en wat kruiden. Soms was er zo weinig vlees voorhanden dat de slagers soms zelfs mosselen kregen aangeboden.

1923 - ENSV

Na de Eerste Wereldoorlog komt het slagersonderwijs opnieuw aan de orde. Vooral naar aanleiding van de Arbeidswet waardoor leerlingen niet meer ongelimiteerd mochten werken en een vakopleiding buiten het werk geregeld moest worden. Ook nu weer kwam men niet tot een gezamenlijk besluit en werd de opleiding weer op een laag pitje gezet. Enige jaren later valt echter het besluit om een particuliere school voor slagers te beginnen. De Eerste Nederlandse Slagers Vakschool (ENSV). De school was gevestigd bij het Openbaar Slachthuis in Utrecht. Het initiatief werd genomen door de heer TH. Cuiper redacteur van de 'vee- en Vleeshandel' een uitgave van uitgeverij Misset in Doetinchem. De cursussen werden gegeven volgens een geheel vrij programma waar geen enkele organisatie invloed op had.

1927 - 10e dagcursus

Op de school in Utrecht werden verschillende cursussen gegeven. De belangrijkste was wel de zogeheten 'dagcursus'. Dat was een 6 maanden lopende cursus voor leerlingen uit het hele land. De opleidingen waren vrij primitief en hoofdzakelijk vaktechnisch gericht. De deelnemende slagersgezellen verbleven vaak op een kostadres in Utrecht, als Pa tenminste voldoende geld had. Zo niet dan waren ze vaak voor een deel in de leer bij een slager in de omgeving. Ze genoten daar dan kost en inwoning. Ook toen al werd de school gesponsord gezien het grote bord op de muur van het klaslokaal.

1929 - worstmakerij

De worstmakerij had in de jaren 30 van de vorige eeuw nauwelijks machines. Alles gebeurde met de hand. Ook was er van enige technologie nog nauwelijks sprake. Men werkte vanuit het oog vaak op intuïtie en op basis van de aanwijzingen die de leraar of leermeester verschaft. Opvallend zijn de petten die gedragen worden. Ze zijn van oorsprong Duits en in die dagen meer een modeverschijnsel dan absoluut noodzakelijk. Ze werden buiten vakschool nauwelijks gedragen. Wellicht alleen aan de oostgrens van ons land, maar daarover ontbreekt verdere informatie.

1929 - worstmaken in Zutphen

Slager en vakleraar Frits van Bruggen (uiterst rechts) gaf in eerste instantie zijn lessen thuis in de werkplaats van zijn eigen slagerij aan de Barlheze 25 in Zutphen. Hier beschikten ze namelijk over een echte stopbus om worsten te kunnen maken. Na 1930, toen in Zutphen een slachthuis werd gebouwd en er in de stad niet meer geslacht mocht worden, werden de lessen verplaatst naar het plaatselijke slachthuis.

1930 - Landelijke cursussen

In de jaren dertig werden alom in het land verschillende cursussen georganiseerd. Vooral de garneercursussen stonden sterk in de belangstelling. Dat was niet zo vreemd omdat deze vorm van het decoreren van vlees met spek en reuzel vaak werd gebruikt als een vroege vorm van reclame maken. Garneerspecialisten waren toen de creatieve toppers in de slagerij. Hoewel er maar één vrouw op de foto staat werd het echte garneerwerk toch vaak door de dames gedaan. Dat gold ook voor het werk in de winkel. Slagers hielden zich veel meer met het slachten en het worstmaken bezig.

1930 - les in Zutphen

In het land was de ruimte voor het geven van les vaak niet meer dan een plaats binnen de beschikbare ruimte van een slachthuis. Men beschikte niet over fatsoenlijke werkbanken, maar gebruikte een paar schragen met een houten blad over de onderstaande mengkuip. Was de ruimte dan weer nodig voor het dagelijkse werk dan kon snel opgeruimd worden. Dat gebeurde niet zelden door de leerlingen zelf. Hier wordt een les gegeven door Praktijkleraar Frits van Brugge (2e van links).

1930 - garneertrainingen

De cursussen werden meestal afgesloten met een proeve van bekwaamheid. Een dergelijke examen dag resulteerde vaak in de mooiste schotels en werkstukken zoals te zien op bijgaande foto die werd gemaakt na de afsluiting van de 30e avondcursus. Onderaan de foto is te zien dat de school toen al gesponsord werd. In dit geval door Weller en Co een leverancier van slagerij-benodigdheden uit Utrecht. De bijgeplaatste foto is vermoedelijk afkomstig uit een slagersvakblad.

1931 - Opening nieuwe vakschool

Na enige jaren werd de vestiging aan de van Wijckstraat te klein en werd op 30 september 1931 een geheel nieuwe school aan het veemarktplein 41 in Utrecht betrokken, daar waar nu de bekende Utrechtse Jaarbeurs is gevestigd. Het was een voor die tijd 'ultra modern' schoolgebouw met ruimtes om niet alleen praktische lessen te volgen, maar ook leslokalen voor de theorie. Op de herdenkingsplaquette van de opening staan twee beeltenissen van F. Schwabe, hoofd van het lerarencorps ( links) en Th. Cuiper de toenmalige directeur. De belangrijkste initiatiefnemers van de school. Men bood speciale dagschool opleidingen aan. Toen een unicum in slagersland. De opleidingen duurden in eerste instantie 3 maanden en werden later tot 5 maanden uitgebreid.

1933 - etalage

Een belangrijk aspect binnen de opleiding was de training in het maken van sierstukken voor de etalage. De weinige slagerijen die een etalage hadden, vaak de grotere en belangrijke bedrijven in de grotere steden, showden daar hun lekkernijen. De leerlingen leerden dus het maken van vers vlees schalen, met reuzel opgespoten vleesschotels en het netjes etaleren van vleeswaren.

1934 - dagcursus Amsterdam

Het behalen en met goed gevolg afleggen van een cursus was in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog een hele prestatie. Veelal werd er alleen maar gewerkt aan het vervaardigen van schotels, het maken van worst en sporadisch aan wat meer organisatorische aspecten. De meeste ervaring werd in de praktijk opgedaan. Wanneer je dus slaagde dan was dat de moeite waard om officieel te benadrukken. De duidelijk geposteerde foto was een typisch voorbeeld van de manier waarop dat toen vaak gebeurde.

1938 - mondeling examen

De examens werden vaak mondeling afgenomen. Aan de hand van voorbeelden, vaak door de leerlingen zelf gemaakt, werden vragen gesteld. Op die manier werd beoordeeld of de leerlingen voldoende vakbekwaam waren.

Foto van links naar rechts: J. Schatlorjé, P. Visser leider der school, leraar worstmaken G. Vink en een leerling.

1939 - worstmakerij Arnhem

In Arnhem hadden de leerlingen het een beetje luxer. Daar hadden ze de beschikking over een ruimte waarin zelfs een paar machines aanwezig waren. Het lokaal was gebouwd bij het plaatselijke abattoir (slachthuis) van Arnhem. Van links naar rechts zie je een metalen rookkast. Een fenomeen voor die tijd want de meeste rookkasten waren in die tijd ingemetseld in de slagerij. In het midden staat een verrijdbare mengkuip en rechts zowaar één van de eerste 'tweeling' machines bestaande uit een cutter, een snel ronddraaiende bak waarin scherpe messen het vlees hakken en de daarna gekoppelde gehaktmolen.

1939 - Veemarktplein in Utrecht

Intussen waren rond 1938 de vestigingseisen opgesteld waarbij het diploma van de ENSV als voorwaarde werd gesteld om zich als slager te mogen vestigen. Deze eisen werden wettelijk bevestigd in de vestigingswet van 1938 en het Vestigingsbesluit Slagersbedrijf in 1939. Vanaf nu waren voor het starten van een slagerij een vak- en een middenstands- diploma verplicht. Dat gaf aan de vakopleiding een enorme stimulans. Omdat men vanuit het rijk ook had geëist dat er landelijk vakonderwijs moest worden aangeboden werden her en der in het land, bij de verschillende slachthuizen, filiaalvakscholen geopend. Om landelijk onderwijs te bevorderen richtte men in de grotere plaatsen 'Commissies van Bijstand' op. Deze slagers organiseerden op plaatselijk niveau de lessen, regelden de locaties en zorgden in samenspraak met de school in Utrecht voor een goed aanbod van lesstof en gekwalificeerde leraren. Uit deze aanpak groeide jaren later het leerlingstelsel.

1939 - Geslaagd

Een heel peloton jonge slagers geslaagd aan de 1e Nedlandsche Slagers Vakschool in Utrecht. Bij het slagen hoorde uiteraard een groepsfoto. Douwe Sijbren voorste rij 3e van rechts. 

De foto is ter beschikking gesteld door dochter Antonia van slager Douwe Sijbren Velduis uit Kortehemmen (Fr).

1939 - Vakdiploma

Het vakdiploma voor Douwe Sybren Veldhuis uit Kortehemmen in Friesland. Voorwaar een prestatie zeker gezien het feit dat de jonge slager uit Friesland naar Utrecht moest om dit papiertje te halen. Grappig is wel dat op de cijferlijst een 8,5 werd vermeld voor de kennis van slagerijmachines. Wellicht dé reden voor Douwe Sijbren om na 1945 aan de slag te gaan in een eigen garagebedrijf.

De foto is ter beschikking gesteld door dochter Antonia van slager Douwe Sijbren Velduis .

1939 - Vakcursus voor soldaten

Via de vakschool werden verschillende cursussen gegeven. Bekend was ook de cursus vlees be- en verwerken voor militairen. Deze cursussen vonden niet alleen in Utrecht plaats, maar werden ook in het land gegeven. Op de foto een cursus voor militairen in Zutphen. Vakleraar Frits van Bruggen (in witte jas). Slager en vakleraar aldaar.

1939 - tentoonstellingen

De slagersvakschool aan het Veemarktplein was in de loop der jaren uitgegroeid tot een organisatie die alom behoorlijk aan de weg timmerde. Vooral met speciale en gerichte opleidingen waaronder verschillende schoteltrainingen. Vooral de slagersvrouwen bekwaamden zich in de technieken en maakten de mooiste schotels. Logisch dat er, om dit onderdeel van het vak te promoten, wedstrijden werden georganiseerd. Men dacht dat ook consumenten daarvan gebruik zouden maken, maar in de praktijk bleef de belangstelling veelal beperkt tot deelnemende slagers en hun collega's.

1939-1947 - in en rond de Tweede Wereldoorlog

In en rond de Tweede Wereldoorlog hield men zich nauwelijks bezig met het vakonderwijs. Men trachtte te overleven in een tijd van toenemende schaarste. Wel was de bezetter vaak bezig de zaak beter in de greep te krijgen. Er werd namelijk heel veel illegaal geslacht. Om zelf aan het eten te blijven, om onderduikers te helpen en om zwart een centje bij te verdienen. Dat slachten gebeurde meestal buitenaf op een boerderij zodat de slachters niet opgemerkt werden. Om het volk te waarschuwen voor de illegale praktijken werden aanplakbiljetten, zoals hiernaast, opgehangen.

1942 - slachtcursus

Tot omstreeks 1941 was enige kennis omtrent het kunnen slachten niet verplicht. Dat veranderde in 1942 toen het slachten verplicht werd om het SVO-vakdiploma te kunnen ontvangen. De animo was enorm vooral ook omdat in deze oorlogsperiode een vleesdistributie was ingesteld waardoor slagerijen op de maandag en dinsdag verplicht gesloten moesten blijven.

1946 - na de oorlog

De Tweede Wereldoorlog had overal in het land grote schade veroorzaakt. Ook aan de ambachtelijke slagers. Om te helpen deze schade wat sneller te boven te komen werd een boekje uitgegeven door het Hulpfonds van de "Slagerij". In dit boekje riepen de gezamenlijke slagersorganisaties op geld in dit fonds te storten om gedupeerde collega's te helpen. Het boekje laat, zoals het staat geschreven "een revue der ruïnes" zien. Heel indrukwekkend. In totaal was er minimaal fl. 250.000 nodig om slagers te helpen. Voor die tijd een enorm bedrag.

1948 - worstmaken

Ook het worstmaken, bijgeplaatste foto is omstreeks 1948 geschoten op de vakschool aan het Veemarktplein, werd stevig beoefend. Vooral de traditionele manier van produceren werd vaak uitgebreid onder de loep genomen. De gedreven leraren lieten de leerlingen kennis maken met de meest moderne methoden en probeerden op die manier het vak te verbeteren.

1948 - Proefstation voor het Slagersbedrijf

Het zogenaamde Slagersproefstation was gelieerd aan het SVO en voerde kwaliteitscontroles uit voor de landelijke slagers. Het werd reeds in 1948 opgericht en sterk uitgebreid met behulp van giften die ontvangen waren ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van SVO. Het Slagersproefstation hield zich bezig met problemen van de slager op het gebied van de bereiding van vleeswaren en met kwesties rond de waren- en vleeskeuringswet. Ook assisteerde men slagers met vaktechnische problemen of die zich oriënteerden over mogelijke verbouwingen. In later jaren fuseerde het station met het huidige TNO.

1950 - landelijk leerlingstelsel

SVO was een van de eerste bedrijfstakken die omstreeks 1950 begon met het opzetten van een landelijk leerlingenstelsel. Verspreid over heel Nederland kwamen er vakscholen waar de aspirantslagers op parttime basis met het vak kennis maakten. De leslokalen lagen bij de plaatselijke slachthuizen zodat het lesmateriaal volop beschikbaar was. Op de foto het Twentse slachthuis in Enschede waar Mijn Slager zijn lessen volgde. De opleiding omvatte een praktische werktraining in het slagersbedrijf onder leiding van de patroon-leermeester en de begeleiding van een consulent van SVO. Aan deze combinatie was een theoretische opleiding en een algemene vorming van 5 uur per week gedurende 40 weken per jaar gekoppeld.

1952 - vakboeken

Al snel na de Tweede Wereldoorlog verschenen de eerste moderne vakboeken. Met name uitgevers Maatschappij C. Misset N.V. uit Doetinchem, uitgever van verschillende vakbladen, was de motor achter deze boeken die vaak door de vakleraren zelf werden geschreven. Eén van de creatiefste boeken is het handboek 'Etaleren en Garneren. Het boek behandelde alle zaken als: het nut van etaleren, garneren van schotels, stippel- en paletschilderijen van reuzel, vetbeelden, het schrijven van prijskaartjes en het decoratief opspuiten van versvleesschotels met reuzel. Op de foto een reproductie van twee kleurenpagina's die achter in het boek waren opgenomen.

1954 - slagersvrouwen

Omstreeks de jaren 50 van de vorige eeuw kwam het werk in de slagerij voor wat betreft de verkoop hoofdzakelijk neer op de schouders van de slagersvrouw. De mannen waren achter de schermen bezig met de inkoop, aan het slachten en worst aan het maken. De vrouwen hielpen de klanten. Deze vlieger ging niet helemaal op. Het vlees lag namelijk nog niet in toonbanken want die waren er nauwelijks. Wanneer er dus een stuk afgesneden moest worden kwam de slager weer in beeld. Want die had alleen verstand van vlees volgens de koper. Een niet bijster plezierige en ongeëmancipeerde situatie. De vakschool probeerde daarom de vrouwen, via speciale cursussen, eveneens de kneepjes van het vak bij te brengen.

1954 - examen gezel

Ook de examens werden steeds breder van opzet. Het verdelen van het vlees, vroeger niet echt gebruikelijk, men sneed van de koe wat men nodig had, nam een steeds grotere vlucht. Het uitgangspunt daarbij was niet de tegenwoordig zo gewenste snelheid van verwerking, maar veel meer de nauwkeurigheid. In principe moest ieder vliesje onbeschadigd blijven omdat het vlees dan beter beschermd werd tegen uitdroging en verkleuring. Dat was mogelijk omdat de kosten per uur in die tijd niet al te hoog waren en men gerust de tijd kon nemen.

1954 - stand SVO op Slavakto

Op de Internationale Slagervak tentoonstelling (Slavakto) was de vakopleiding ook aanwezig. Men presenteerde, op een eigen stand, de resultaten van de producten die de leerlingen op school vervaardigden. Daarnaast organiseerde SVO de internationale vakwedstrijden met deelnemers uit heel Europa.

1954-1957 Jury-onderscheidingen

Goede vakleraren, met een brede ervaring in het bedrijfsleven, lagen niet voor het opscheppen. Ze moesten vaak uit het dagelijkse bestaan van hun slagerij gehaald worden. SVO was dus zuinig met deze mannen die naast het lesgeven vaak ook werden gevraagd om op te treden als jury-lid tijdens grote internationale vakwedstrijden. Met name de wedstrijden in de RAI in Amsterdam en de Slavakto in Utrecht stonden in hoog aanzien. De juryleden werden na afloop voor hun werkzaamheden beloond met een speciale onderscheiding. Hiernaast de onderscheidingen van Frits van Bruggen. Slager en vakleraar uit Zutphen.

1957 - cursus bittergarnituur

Aan de kant van de consument veranderde langzaam maar zeker het aankoopgedrag. Men beschikte over meer geld en men ging er toe over om 's avonds en bij feestjes meer dan een plakje worst te gebruiken. Slagers, met name de slagersvrouwen, haakten daar gretig op in en volgden cursussen bittergarnituur. Daar leerden ze van bekende koks zoals de befaamde kok van het Bedrijfschap voor het Slagersbedrijf de heer Henry Eksteen (derde van rechts) net iets meer dan de bekende plak boterhamworst met ingerolde augurk.

1960 - oudermiddag

Een nieuw fenomeen waren de oudermiddagen. De ouders en de slagers die leerlingen in dienst hadden (de patroons) werden steeds vaker uitgenodigd om te komen kijken naar het werk van de leerling. Op die manier werd de binding met het slagersvakonderwijs vergroot. Vaak kregen ze te proeven van de werkstukken van de leerlingen.

1964 - praktijkles

De praktijklessen waren een kostbare bedoening. Niet zelden werd het vlees dat nodig was voor de trainingen dan ook betrokken van een grote plaatselijke slagerij of eventueel aanwezige verwerkingsbedrijven en fabrieken. Nadat het vlees bewerkt was werd het weer retour gezonden. De manier van versnijden van het vlees en de te maken producten moesten dan wel voldoen aan de specificaties van de leverancier van het vlees.

1964 - worstmaken

Het worstmaken was ook in de zestiger jaren van de vorige eeuw een heel gedoe. Een klas die niet zelden bestond uit een twintigtal leerlingen maakte dan gezamenlijk één soort worst. Het kwam er dan vaak op neer dat een paar mensen aan het werk waren en de rest maar wat rond hing. Niet echt effectief dus. De leraren borduurden voort op de situatie bij de leerlingen thuis en op school werden slechts de puntjes verder aangescherpt.

1964 - klaslokaal

De klaslokalen werden steeds moderner. Dat gaf echter nauwelijks verbetering aan de motivatie van de meeste leerlingen. Ze moesten één dag in de week naar school, maar hadden absoluut geen zitvlees. Ze waren het werk in de slagerij gewend en dat was voor een leerling flink aanpoten. Daarbij kwam nog dat de lokalen aangenaam verwarmd waren en dat hielp ook niet mee om de mannen wakker te houden. Mannen, ja, want vrouwen deden nog nauwelijks mee aan deze vorm van vakonderwijs.

1965 - De jonge slager

Jonge slagers werden op het vak voorbereid door hun baas, de vakleraren, maar ook door de uitgever van vakbladen C. Misset die het maandblad 'de jonge slager' op de markt bracht. Een magazine met wetenswaardigheden voor de nieuweling in het vak.

1965 recepten

Verder waren er recepten beschikbaar, ook voor de slager-ondernemer. Deze recepten waren getest door TNO (Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek). Een organisatie die werd gesponsord door het Bedrijfschap Slagersbedrijf en de vleeswaren industrie.

1967 - start aspirant lerarenopleiding

In 1967 werd in restaurant Heidepark in Bilthoven de aspirant lerarenopleiding gestart. Eén keer in de 2 weken werden speciaal geselecteerde jonge slagers die in het bezit waren van een goede vooropleiding, met minimaal MULO, en hun vakdiploma's de gelegenheid geboden een opleiding tot aspirant vakleraar te volgen. Tal van jonge mensen hebben daar een opleiding gevolgd die onder de bezielende leiding van Jan van der Wart plaats vonden. Deze opleiding duurde tot eind 1994.

1968 - diploma

Een groot deel van de slagersopleiding was theoretisch. Men ging namelijk uit dat het vak geleerd moest worden in de slagerij waar de leerling werkte. Daar bezocht een consulent (leerlingen begeleider) van SVO de persoon in kwestie regelmatig om naar de vorderingen te kijken. Ook moest de leerling dan bepaalde werkstukken maken om de consulent van zijn vorderingen te overtuigen. Toch werd op school ook de praktijk wel uitgediept. Zo waren er lessen worstmaken, afsnijden van runderen en varkens en het slachten. De lessen verkoopkunde blonken meestal uit in theorie omdat de praktische kennis vaak uitmondde in wat lacherige spelletjes. De leerlingen waren meer van de praktijk.

1968 - cijferlijst

Bij een diploma hoort natuurlijk een cijferlijst. Daarop werden vier hoofdvakken vermeld, te weten: vleeshouwerij, spekslagerij, fijne vleeswarenbereiding en algemeen, vermeld. Opvallend is de vermelding 'garneren' een onderdeel van het vak spekslagerij dat tegenwoordig nauwelijks meer aan bod komt.

1970 - Handboek voor de slager

Eind jaren 60 verscheen het bekende 'Handboek voor de Slager'. Een 800 pagina's tellend boekwerk, waarin de hele slagersorganisatie en het vak in al haar facetten werd beschreven. Heel interessant voor de toen nog ruim 9400 slagerijen in Nederland. Het boek werd binnen de kortste keren de bijbel voor het slagersvak en vond gretig aftrek ondanks de toen astronomische aanschafprijs van fl. 125.00. (2014 circa € 240.00)

1971 - Pompelaan 8 in Utrecht

Wegens reorganisatie van de omstandigheden op het veemarktplein werd de vakschool verplaatst naar de Pompelaan 8 in Utrecht. Daar verrees een hypermoderne vakschool met ruim voldoende theorielokalen en prachtige praktijklokalen. Menig leerling heeft aan deze school de mooiste herinneringen. Op initiatief van drs. Jack Jonker, een econoom en slagerszoon uit Amsterdam die afstudeerde op een scriptie van de toekomst van het slagersbedrijf, en de toenmalige directeur van SVO werd een Middelbare Slagersvakschool opgericht die in eerste instantie een opleiding van 3 (sinds 1971) en later van 4 jaar (sinds 1975) verzorgde. De leerlingen werden voorgedragen door de regionale SVO-consulenten die in het land de leerlingen en patroons begeleidden

1971 - eigen winkel

Tijdens de feestelijke opening van de vakschool aan de Pompelaan organiseerde het Broederschap van de Gouden slagersring een show in de schoolwinkel. Daar werden in de jaren daarna trainingen gegeven in het inrichten van de winkel en de toonbank, maar ook in het bedienen van klanten. Het vlees werd door SVO ingekocht en na be- en verwerking in de winkel verkocht. De school had daartoe een overeenkomst gesloten met de plaatselijke slagers om concurrentievervalsing tegen te gaan. De kopers waren de medewerkers en de zogenaamde 'hospita's. Deze waren afkomstig van de gezinnen waar de leerling slagers uit heel Nederland in de kost waren. Hospita worden was heel gewild. Die kon heel voordelig vlees inkopen, ze verdiende een centje bij en de leerlingen gingen op vrijdagavond al naar huis zodat men beschikte over een vrij weekend. SVO beschikte over een heel netwerk van hospita's. Dit ter geruststelling van de ouders die de zoons niet echt graag naar het stadse leven van Utrecht zagen vertrekken.

1971 - amfitheater

Belangrijke lessen waarbij het zicht op de verschillende te behandelen materialen belangrijk was werden gegeven in het eigen auditorium. Een modern lokaal met een oplopende verhoging. Iedereen kon dus alles goed zien.

1971 - Worstmakerij

Door het inschakelen van belangrijke sponsoren als kruidenleveranciers en machinefabrikanten kon aan de Pompelaan, maar ook in de leslokalen in de rest van Nederland volop gewerkt worden met de modernste machines en de beste kruiden en grondstoffen. Mede daardoor ontwikkelde SBVO zich als de aangever en initiator van moderne stromingen en werkmethoden. Veel jonge slagers kwamen na een bezoek aan school enthousiast thuis met hun ervaringen en die werden door de toenmalige ondernemers maar wat graag overgenomen.

1972 - diploma kleinhandel in vlees

Voor de slagers in Nederland was het duidelijk dat de overschakeling naar zelfbediening van de kruideniers slechts de opmaat was voor grotere veranderingen. Ook bij hen diende de noodzaak van assortimentsverbreding zich aan. Deze verbreding werd vooral veroorzaakt door de opkomst van de moderne supermarkten. Aangezien in de jaren vijftig en zestig in de vorige eeuw voor de verschillende detailhandelsbranches allemaal andere wettelijke vereisten voor vakbekwaamheid golden, gingen kruideniers, maar ook slagers en slagersleerlingen, massaal aan de studie, om naast het 'vakdiploma voor het kruideniersbedrijf' ook te beschikken over de diploma's 'vakbekwaamheid voor de detailhandel in aardappelen, groenten en fruit' en 'vakbekwaamheid voor de kleinhandel in vlees'. Zeker is zeker. Je wist maar nooit hoe de toekomst uit zou pakken.

1972 - 1990 - Openschooldagen

Jaarlijks werden toen de openschooldagen gehouden. Slagerspatroons, omwonenden en andere geïnteresseerden waren dan welkom in Utrecht om met de school kennis te maken. De kosten daarvan werden gedragen door de ondernemers die vrijwel zonder uitzondering donateur waren. Als compensatie mochten ze gratis meedoen aan de tegelijkertijd gehouden vakwedstrijden. Tijdens de open school dagen konden geïnteresseerden kennismaken met alle facetten van het slagersvak. De school aan de Pompelaan was dan in vol bedrijf. Demonstraties, een ingerichte winkel en volop voorlichting werden dan gegeven. De dag werd in de loop van de jaren steeds bekender. In de negentiger jaren waren ze uitgegroeid tot een ware happening. In de laatste jaren was een bezoekersaantal van tegen de 6000 bezoekers heel normaal. Uniek voor een landelijk opererende vakschool.

1972 - 1990 - Openschooldagen en lesbrieven

De donateurs en sponsoren van SVO en de openschooldagen ontvingen jaarlijks een speciale lesbrief. De eerste ging over diervoer, toentertijd een revolutie want dierenvoer was geen slagersitem. De lesbrief over de verkoop van kip was al net zo opmerkelijk. Kip hoorde volgens de meeste slagers niet thuis in de slagerij. Al met al volgden totaal 18 lesbrieven. Heel gewilde uitgaven.

1972 - 1990 - de Cuiperplaquette

Op de jaarlijkse Openschooldagen streden teams van huisvrouwenverenigingen en op de slagersvaktentoonstellingen de slagersvrouwen om de populaire Cuiperplaquette. Een onderscheiding ter nagedachtenis van de oprichter van het vakonderwijs TH. Cuiper. De vrouwen maakten vleeswarenschotels met producten die door de organisatie ter beschikking waren gesteld. De slagersvrouwen hadden de kennis vaak al in huis, maar de dames van de vrouwenverenigingen werden alvorens mee te mogen doen getraind door de koks van het bedrijfschap voor het Slagersbedrijf. Eksteen en van Mourik. Op de foto Mevr. Jeanne van der Voort in haar slagerij in Amersfoort.

1983 - het Slagershuis

SVO was bij monde van Jack Jonker, directeur van de vakschool de initiatiefnemer van 'Het Slagershuis' in Rijswijk. De kar werd mede getrokken door Daan Schop de toenmalige voorzitter van de Nederlandse Ambachtelijke Slagersbond (NAS). De voorloper van de huidige. Beide topmannen hadden samenwerking op zoveel mogelijk fronten hoog in het vaandel staan. In het slagershuis bevond zich een moderne vakschool ter vervanging van de scholen in Den Haag en Rotterdam en het kantoor van de NAS. Tot de dag van vandaag is dit Slagershuis nog steeds als zodanig in gebruik. Nu zitten in het gebouw de slagersvakschool en de Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie (KNS).

1983 - het IAS

Op 1 januari 1983 is het Instituut voor Ambachtelijke Slagersproducten (IAS) opgericht door het Bedrijfschap slagersbedrijf en het Slagersvakonderwijs. Voorzitter Daan Schop van het I.A.S. gaf tijdens een persconferentie aan dat de bedrijfstak werkgelegenheid biedt aan ongeveer 30.000 personen, van wie er bijna 8000 zelfstandig ondernemer zijn. De slagers willen hun omzet verhogen en hun toekomst veilig stellen. Ze hebben daarom het IAS opgericht. Doel is het stimuleren van het vervaardigen van slagersproducten van hoge kwaliteit en het onderscheiden daarvan met een gouden of een zilveren ster. Daartoe worden worsten en vleeswaren op voor de slager onverwachte momenten gekeurd.

V.l.n.r: slager Tom Hormes uit Wijchen ( in 1990 winnaar van de Gouden Slagersring), presentator Ted de Braak en de Hormes-worstmaker Bert Hermsen met hun IAS-certificaat.


1985 - Slavakto

Een belangrijk facet van de 3-jaarlijks Slavakto's (Internationale Slagers Vak Tentoonstelling), die al sinds het begin van 1900 de slagerswereld beheerste, waren naast het uitgebreide aanbod van fabrikanten en toeleveranciers de vakwedstrijden. Ze groeiden uit tot internationale vak happenings mede door het belangeloos meewerken van het vakonderwijs. Zij zorgden voor de organisatie van de keuringen en de presentatie van de gekeurde producten. Mede door deze kampioenschappen, waar in de hoogtijdagen meer dan 6500 producten uit de hele wereld werden gekeurd, groeide deze beurs uit tot een befaamde vakmanifestatie met in de 90-tiger jaren tegen de 40.000 bezoekers uit binnen- en buitenland.

1985- vakstand op de Slavakto

Op de Slavakto presenteerden met name het Broederschap van de Gouden Slagersring (L) haar vaardigheden op een stand die uitblonk door het presenteren van de mooiste vleeswaren en worsten. En uiteraard waren de 'broeders van de Goudenslagersring' aanwezig om hun vak te promoten en vragen te beantwoorden.

1985 - zilveren speld

Binnen de vakopleiding was de Zilveren speld was een stimuleringsprijs die na afloop van een opleiding alleen werd uitgereikt aan de beste cursist op de theoretische en vaktechnische vakken. Het was een begerenswaardige prijs omdat het een bekroning was voor het getoonde vakmanschap van de jonge slager. Een uitstekende basis voor een goede toekomst.

Op de foto: Vakleraar Gerard Marlet (L) en leerling Ton van Olphen.

1994 - Gildepenning

De Gildepenning was eveneens een stimuleringsprijs die sinds 1985 was ingesteld door SVO. De onderscheiding werd uitgereikt aan leerlingen die gedurende de hele opleiding voor hun tentamens en examens op vaktechnische gebied op alle fronten hoger scoorden dan een 7. In 1994 waren dat er maar liefst 8. Duidelijk reden voor een feestje.

21e eeuw

Het vakonderwijs breidde in de loop van de jaren langzaam maar zeker haar werkzaamheden uit en leidde duizenden jonge slagers op. Aan het begin van de 21e eeuw werd de omslag gemaakt naar versbrede mbo-opleider en trainingsaanbieder. Wie altijd al graag heeft willen werken in een versspeciaalzaak, supermarkt, fastservice of industrieel versbedrijf en daarbij alles wil weten over dit dynamische vak, was toen bij SVO aan het juiste adres. Ook voor jonge slagers die al in de versbranche werken en hun kennis willen vergroten, heeft het instituut precies de juiste opleiding of training.

2000 - versbreed

Rond de eeuwwisseling ging SVO steeds breder met het aanbieden van opleidingen. Men zocht het zoals men zelf zegt 'Versbreed'. Zo ontstonden er opleidingen voor de fastfoodsector, de supermarkt, voedingsindustrie, logistiek, verkoopmedewerker groente en fruit, wild en pluimvee, visspecialist en specifieke opleidingen voor de slager als bijvoorbeeld slager-traiteur. Opleidingen vanaf de basis tot en met manager en ondernemer. Om het vak te [promoten neemt SVO ieder jaar weer deel aan de Europese kampioenschappen voor jonge slagers van de IYBC (International Young Butcher Organisation). De mannen van SVO werden in 2012 voor de 2e keer Europees kampioen. Een geweldige promotie voor het vak.

Op de foto Juan Lopez (links) en Marco van der Hout.

2012 - Slavakto

Ook deze aflevering van de Slavakto, de Slagers Vak tentoonstelling, was SVO weer nadrukkelijk aanwezig. Ze hielden zich vooral bezig met kookkunst wedstrijden, demonstraties van topkoks met specialiteiten als ‘Dry age’ vlees, ‘Scotch Beef’ en ‘Veluws rund’ en ook werd er promotie gemaakt voor de worstmakerij.

2013 - Open dag Wageningen

Bij SVO kun je werken en leren tegelijk. Ideaal voor wie hogerop wil komen én een echt praktijkmens is. Deelnemers gaan gemiddeld één dag in de week naar school waar een team van gemotiveerde docenten ze tot echte professionals klaarstoomt. De andere dagen gaan deelnemers aan de slag bij een leerbedrijf. Dit noemen ze werkend leren of de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Zo volg je een erkende mbo-opleiding variërend van niveau één tot en met niveau vier.

2013 - Opleidingen voor slagers

De SVO-opleidingen passen precies bij de hoge eisen die er tegenwoordig zijn voor een bepaald beroep of een specifieke functie. Deze eisen, vastgelegd in beroepsprofielen, zijn samengesteld na intensief overleg met deskundigen uit de praktijk. School en praktijk sluiten zo naadloos op elkaar aan. Op school leer je het hoe en waarom en de andere dagen kun je gelijk met die kennis aan de slag gaan op je werk.

2013 - keuze genoeg

Voor slagers biedt SVO de verschillende mbo-opleidingen aan: verkoop- of productiemedewerker, winkelslager, slager-traiteur, slager-worstmaker of Chef en op het hoogste niveau: Ondernemer.

2013 - opleiding of training op maat

Grote bedrijven in de foodsector kunnen bij SVO ook een incompany-opleiding of -training laten verzorgen die precies past bij de manier van werken binnen hun bedrijf. Het voordeel is dat je datgene wat je leert, direct in de praktijk kunt brengen. De duur van een training of opleiding varieert van één dag tot twee jaar. Bedrijven kunnen terecht voor een opfriscursus van een dag (of meerdere dagdelen), maar ook voor een volledige mbo-opleiding.

2013: Landelijke spreiding

SVO vakopleiding Food Heeft 8 hoofdopleidingslocaties. Je kunt kiezen voor een opleidingsplek in Goes, Groningen, Heerhugowaard, Roermond, Rijswijk (ZH), Houten, Zwolle of Best. De fastserviceopleidingen worden ook gegeven in Almelo, Amstelveen, Arnhem, Best, Breda, Goes, Groningen, Houten, Heerhugowaard, Leeuwarden, Rijswijk, Rotterdam Valkenburg en Zwolle.

SVO: 2015

In ruim 85 jaar is SVO uitgegroeid tot dé opleidingspartner voor bedrijven in de gehele foodsector. Met hun veelzijdige ervaring en expertise als opleider en kennispartner voor versbedrijven ondersteunen en inspireren zij veel bedrijven en (toekomstige) werknemers in de versspeciaalzaak, supermarkt, fastservice of industrieel versbedrijf. Daarbij blijven ze zich verdiepen in de ontwikkelingen en kansen binnen de branche om het aanbod in opleidingen en trainingen nog verder te ontwikkelen. Honderden medewerkers zijn dagelijks aan het werk voor de deelnemers en hun werkgevers. Momenteel volgen ruim 3800 studenten een beroepsopleiding bij SVO. Sinds maart 1014 heeft SVO de krachten gebundeld met OVD opleidingen retail om zo nog beter te kunnen inspelen op de behoefte vanuit de markt door het benutten van elkaars kennis en vaardigheden binnen de retailmarkt. Verder werkt SVO samen met het Culinair Centrum Beverwijk, Colour Kitchen en de Horeca Academy.

2018: Opleiding Generation Food


De Bolopleiding Generation Food is een MBO opleiding voor toekomstige foodprofessionals. De opleiding duurt 3 jaar. Als je de eerste twee jaar succesvol hebt afgerond dan krijg je een mbo-diploma Foodspecialist op niveau 3. Na het succesvol doorlopen van het derde jaar ontvang je een diploma op niveau 4. Je bent dan Ondernemer Food .

Meer info: Bolopleiding Generation Food

2018: Ondernemers Academie Food

De ondernemersacademie Food biedt een leertraject van 6 maanden en 3 maanden coaching. Tijdens het werktraject wordt gewerkt op werkervaringsplekken binnen verschillende organisaties. Na afloop van de opleiding beschikken de studenten over alle kennis en kunde om een een bestaande ambachtelijke slagerij over te nemen of zelf te starten.

2018: Branche erkende meesterslager

De meestertitel is de hoogst haalbare titel in de slagersbranche en toont aan dat een slager het slagersvak excellent beheerst: als ambachtelijke vakman en ondernemer. De meestertitels ‘branche erkende meesterslager’  en 'Branche erkende meesterveroper' zijn ondergebracht bij de Stichting Meestertitels Slagersbranche. De titel is er alleen voor de allerbesten in de slagersbranche. Het behalen van de meestertitel getuigt van excellente beheersing van het slagersvak in alle facetten. Elk onderdeel van de meesterproef wordt beoordeeld door 2 beoordelaars. Beoordelaars zijn vakmensen uit de branche die door de Stichting Meestertitels Slagersbranche zijn benoemd. Zij rapporteren aan de Commissie Meesterproef.

Terug naar boven